Het taboe van de nabestaande

taboe nabestaande ilya elst

Afgelopen 2e pinksterdag sprak ik een dame op de braderie van Elst op Stelten waar stonden met een kraam en waar wij open Huis hadden in ons uitvaartcentrum aan de grote Molenstraat. Zij vertelde mij haar persoonlijke verhaal over de uitvaart van haar man in Druten, het land van Maas en Waal. Deze trieste gebeurtenis was inmiddels 3 jaar geleden en nog iedere dag worstelde zij met het gemis van haar geliefde echtgenoot, maar dat niet alleen.

Ze voelde zich vaak ook echt alleen en onbegrepen, zeker op de dagen dat ze zich echt niet goed voelde. Ze kon en mocht van haar omgeving vaak helemaal niet praten over de dood, de begrafenis en haar herinneringen. Zij moest verder. Soms lukte het en soms ook niet. Hoe bijzonder is het dan om even een moment met een voorbijganger/bezoeker te mogen delen, gewoon even te luisteren en haar vertrouwen te krijgen.

Hier moest ik aan denken toen ik onderstaand blog van Rik de Jonge las en ik kon niet anders dan het met jullie delen. Dankjewel lieve voorbijganger, ik wens je veel sterkte.

Het taboe van de nabestaande

22 mei 2018 door Rik de Jonge

‘Goh, alweer zo lang geleden? Wat gaat het snel hè.’ Je meent het. Gelukkig kan ik zelf ook rekenen en zodoende kwam ik erop uit dat het op 27 april alweer zes jaar geleden was dat mam het leven liet. En ook dit jaar was mijn gevoel anders dan voorgaande jaren: een mix van verdriet, boosheid en ontspanning. Het bracht me terug naar de periode net na haar overlijden, in 2012.
Die afwachtende blikken, de vragende ogen, het tegemoetkomende gevoel van intens medelijden. Ik walgde ervan. Als men wat wou weten, moesten ze het maar vragen. Reken maar niet dat ik uit mezelf van wal zou steken over hoe verdrietig de situatie op dat moment was en dat ik flink op mijn reserves van positivisme teerde. ‘Ja, ik dacht: ik begin er maar niet over, maar wilde toch even weten hoe het is.’ Op dat moment heb je een arsenaal aan keiharde reacties klaarliggen, maar je bedenkt je. De bedoeling is goed, ook al zijn mensen soms wel erg nieuwsgierig naar hoe het aan de andere kant van de schutting is.

Het gaf me het idee dat het lot van de nabestaande in mijn geval een taboe werd. Eromheen draaien, wegkijken en pas als ik vertrokken was, beginnen over hoe het met me zou zijn. Daar kon je volgens mij maar op één manier achter komen: vragen. Ook al lijkt diegene er niet voor open te staan, het is altijd beter dan je achter z’n rug om zorgen maken, want dat merkte ik destijds alleen maar sterker.

Die ongemakkelijke situatie die omstanders voelden, ervoer ik zelf niet anders. Hoe ga je namelijk genuanceerd brengen dat je even geen licht aan het eind van de tunnel ziet en dat je tegen de hele wereld aan wilt schoppen? Nu, zo’n zes jaar later, denk ik dat de beste oplossing is om het gewoon te zeggen. Hoe? Pure eerlijkheid. ‘Trek je even niks van mij aan, ik voel me gewoon klote vandaag.’ Op die manier denk ik dat het taboe dat soms rond de dood zweeft te doorbreken is. Want, wees eerlijk: de dood is nog steeds een ding waar we liever niet over praten.

Uiteindelijk heb ik ervaren dat het luchten van je hart, waar en bij wie dan ook, een gigantische opluchting geeft en de verwerking niet in de pijplijn blijft. Je moet jezelf er af en toe flink in trainen, maar daarna zal je merken dat je weer ruimte schept voor nieuwe kansen.